Eerste aanzet voor een overzicht van de nederzettingsnamen en belangrijke toponymen van Oirschot en Best

K.A.H.W. Leenders




1. Dorpsnaam
1.1 Oirschot
2. Kom-naam
2.1 Kerkhoven
3. Gehuchtnamen
3.1 Aarle
3.2 Best
3.3 De Bollen
3.4 Boterwijk
3.5 Dun
3.6 Eerdbruggen
3.7 Evenheuvel
3.8 Gunterslaar
3.9 Hedel
3.10 Hegedonk
3.11 Hersel
3.12 Heuvel
3.13 Hout
3.14 Kattenberg
3.15 Lubberstraat
3.16 Moleneind
3.17 Notel
3.18 Oudenhoven
3.19 Snepseind
3.20 Spoordonk
3.21 De Stad
3.22 Straten
3.23 Termeiden
3.24 Theetuin
3.25 Tregelaar
3.26 Verrenbest
3.27 Vleut
4. Andere namen
4.1 Banisveld
4.2 Beersveld
4.3 Bijsterveld
4.4 Ekerschot
4.5 Eilaar
4.6 Geethoven
4.7 Gijzelaar
4.8 Hagelaar
4.9 Kasteren
4.10 Laak
4.11 Langdonk
4.12 Lieveld
4.13 Polsdonk
4.14 Velders
4.15 Wippenhout
4.16 Wreynlaar
5. Laar

1. Dorpsnaam

1.1 Oirschot
Oirschot is een parochie en heerlijkheid die aanvankelijk ook Best omvatte. Best werd in 1553 een afzonderlijke parochie en in 1821 een afzonderlijke gemeente. Oirschot is nog steeds een zelfstandige gemeente.

Vergelijkbare namen: Oorseind, even west van Ter Aar in Zuid-Holland; Orscoer, een grenspaal van Oirschot, ten ZW van de kerk.

Gysseling, M.. De oudste toponymie van de Kempen. Brabants Heem 11 (1959) 102 - 108; p.108: Naam Oirschot = oeros + schot. Knzel, R.E.., D.P. Blok, J.M. Verhoeff. Lexicon van nederlandse toponiemen tot 1200. Amsterdam, 1988: onl. scoth, "hoge hoek land, uitspringend in het lagere land" met ?.... Van Berkel en Samplonius, 1995, 171 sluiten zich bij Gysselings visie aan. Een probleem is om de in schoot gesuggereerde terreingesteldheid in Oirschot terug te vinden.

Oirschot = ? + schot (hoge hoek land, uitspringend in het lagere land)

2. Kom-naam

2.1 Kerkhoven
Duidt de omgeving van de Mariaker, Sint Petruskerk, Vrijheid en de Markt aan. Het bestaan van een herdgang Kerkhoven wijst op een agrarische oorsprong, en niet zozeer als een verzorgingscentrum. Gehuchten "Kerkhof" komen voor in Berlaar, Brecht, Heeze, Kasterlee, Nijlen, Oirschot, Olen, Wouw en buiten de Kempen te Poortvliet en Eierland. De meervoudsbenaming Kerkhoven komt verder alleen bij Brecht, Oisterwijk en Westmalle voor.

-hoven wordt te Brecht volgens Van de Eeckhaut waarschijnlijk wel gebruikt voor (kerk)hof. Dit lijkt echter vooral het geval bij de kernen die in enkelvoud "Kerkhof" heten. Uit de attestatie van 1340, waarin Kerkhoven "Atrium" genoemd wordt, is wel duidelijk dat in Oirschot op het kerkhof gedoeld wordt.

Kerkhoven = kerkhof.

3. Gehuchtnamen

3.1 Aarle
Gehucht van boerderijen langs de westhelling van een groot openakkergebied en een beekje. Met Sint Annakapel. Het meest westelijke gehucht van Best. Een vergelijkbare naam elders is Aarle-Rixtel, een gemeente in de Meierij die ook wel Aarlebeek genoemd werd. Bij Poppel en bij Gemert liggen gehuchten genaamd Aarle.
De naam Aarle is samengesteld uit de elementen a(a)r en -le. Aar- kan zijn mnl. aer, arend. Aldus verklaart Gysseling[Gysseling, 1960a.] Aarschot en de Drentse naam Taarlo (ao 820 Arlo). Van belang is dan om op te merken dat de naam Ravels, Ravenslo, verklaard wordt als raaf + lo[Gysseling, 1960a, 826.].

Aar kan echter ook een waternaam zijn[Mansion, 1929, 10.] en Naarding[Keuning en Naarding, 1963, 23.] verklaart de naam Arlo als een beek die de *Aar zou hebben geheten. Hetzelfde doet Carnoy[Carnoy, 1948, I, 3.] voor de naam Aarschot. Maar is de waternaam Aar niet een typisch Hollands fenomeen ? Van Berkel en Samplonius, 1995, geven een onbevredigende verklaring. -le = lo, bos. Zie  Lo/le.

Aarle = vogelnaam(arend) + lo

3.2 Best
Centraal gehucht van de parochie (1553) en gemeente (1821) Best. Ook wel Naastenbest genoemd. Met Odulfus kapel (15e eeuw) die later parochiekerk werd. Een vergelijkbare naam is op 10 kilometer ten westzuidwesten van Best die van het landgoed de Baast, 1267: nemore de Baest[ONB 309.].

Van Berkel en Samplonius, 1995, 21 menen dat de naam zonder oudere vermeldingen moeilijk te begrijpen is. zij denken o.a. aan bast, boomschil; of Deens bast, op laaggegelen vochtige plaatsen groeiend struikgewas en laaggeboomte. Gezien het terrein is deze laatste mogelijkheid aantrekkelijk.

Best = boomnaam()

3.3 De Bollen
In 1988 genoemd als een van de gehuchten van Oirschot. Het is een deel van het oude Straten. Zie aldaar.

Volgens J.P.J. Lijten is de toepassing van deze naam als gehuchtnaam een recente uitvinding van een ambtenaar (naam valt: Van Steensel). Omvatte eerst nog meer, maar op aandringen van Lijten heeft de gemeente drie boerderijen weer overgeheveld naar "Straten", al moesten ze dan wel een a,b,c-nummer krijgen! De Bollen is een toponiem dat zuidelijker thuis hoort.

De Bollen = ?

3.4 Boterwijk
Ligging wat onzeker. Vermoedelijk een langgerekt noord-zuid gerichte nederzetting tussen een beekdalletje en de hogere gronden direct rondom Kerkhoven. Het zuidelijke groepje hoeven wordt ook wel Heuvel genoemd (zie aldaar). Boterwijk werd als een herdgang beschouwd. Er zijn in Holland, Friesland en Gelderland heel wat plaatsnamen die met Boter- beginnen. Boterdijk is een gehucht van Uithoorn in Noord- Holland; gehuchten genaamd Boterhoek komen voor in Friesland, Gelderland en Zeeland. Te Schoten ligt Botermelk.

Volgens Goossenaerts is botermelk de streekbenaming voor karnemelk[Goossenaerts, 1956-58, 133.]. Van Passen[Van Passen, 1962, 145.] vraagt zich af bij de Kontichse naam Botermelkveld of hier moet gedacht worden aan benaming van een vroeger weiland, te vergelijken met de talrijke Engelse butter-toponiemen, good pastures giving plenty of butter, ofwel aan een volkse benaming voor, drassig, slijkerig, modderig land. Hier in Oirschot lijkt de naam te wijzen op een zone met weiden in het beekdal, zodat men goede of alleen maar veel boter kon bekomen. Van Berkel en Samplonius, 1995, 30 menen dat de naam Boterwijk ongeveer hetzelfde betekent als de veldnaam Boterweide voor vette, zeer vruchtbare grond.
Het element wijk moet hier o.i echter verstaan worden in de zin van 'dochternederzetting'[Erens, 1978, I, 106.]. Vergelijkbaar zijn Oisterwijk als dochternederzetting bij Oost-Tilburg[Steurs, 1974.] en Oisterwijk, een gehucht bij Tongerlo[Gysseling, 1960a, 26.]. Onder Princenhage ligt Westrik, vroeger Westerwijk geheten, een afhankelijkheid van en ten westen van Gageldonk. Dus: Boterwijk is de boterproducerende dochter- nederzetting van de oude kern van Oirschot.

Boterwijk = boter + wijk

3.5 Dun
Blijkbaar in de late 14e eeuw een hoeve, later uitgegroeid tot een klein gehucht aan een pleintje. Volgens Heringa komt ook op 1« uur gaans ZO van Hilvarenbeek een gehucht Dun voor. Maar daar zitten we in het Beersbroek. Mogelijk bedoelt hij gewoon Dun bij Oirschot (oost i.p.v. ZO !). Ook Van Berkel en Samplo- nius, 1995, 52 weten dit oord (in 1865) te vinden.

Van Berkel en Samplonius, 1995, 52 menen dat Dun samenhangt met duin en donk. Zij kennen echter niet de hier genoemde oudste vermeldingen.

Dun = ?

3.6 Eerdbruggen
In de 14e - 16e eeuw is Eerdbruggen een van de gehuchten van Oirschot. Als zodanig neemt het deel in gemeynten en staat het met hoeven getekend op de kaarten. Toch is deze plek nu amper bewoond en raakte de naam Eerdbruggen ter plaatse vrijwel vergeten. Op « u NW van Lieshout ligt een gehucht Eertsbrug, zegt Heringa, maar ik zie niets.

Eerd = aarde, gemaakt van aarde; bruggen: meerdere overgangen over het water. Mogelijk wordt beoeld dat de Heerbaan hier enkele laagten als dijk (met heulen?) oversteekt ? Niet bij Van Berkel en Samplonius, 1995.

Eerdbruggen = aarde + brug + mv

3.7 Evenheuvel
Gemeynte van de gehuchten Eerdbruggen, Hersel en Notel. Op de kaart van Verhees (1790) als ontgonnen gebied aangegeven. Vermoedelijk bedoelt CIPN met Evenheuvel de bewoning langs de Schansstraat. Huizen genaamd De Nevel zouden staan te Driel en Heteren; in Vorden zou een huis Nevelkamp staan. Gehuchten genaamd Heuvel komen voor in zeker 21 plaatsen in Noord-Brabant, waaronder Oirschot zelf.

Nevel: ons woord nevel, mist, misschien meer speciaal moerasdampen. Het gebied ligt relatief laag, zodat hier het element "heuvel" wat onverwacht voorkomt. Of zou "heuvel" meer "gemene grond" betekenen, en niet zozeer: hoogte ? Te Loenhout treedt Heuvel tenslotte ook nog op als naam van een uitgestrekt heidege- bied. Van Berkel en Samplonius, 1995, 62: heuvel waar vaak een nevel hangt. Zij opperen echter ook de mogelijkheid dat de oude vorm *Nevenheuvel zou zijn: een terzijde gelegen heuvel. De oudste vermeldingen wijzen daar echter niet op. J.P.J. Lijten ziet in de bronnen een evolutie van de Nevelheuvel > de Nevenheuvel > den Evenheuvel: een n-verschuiving. Zie verder bij  3.13: Heuvel.

Evenheuvel = mist + heuvel(woeste grond)

3.8 Gunterslaar
In de veertiende eeuw is Gunterslaar een gehucht dat samen met Best en Aarle deelnam in de gemeynte van het Bestse Broek. Blijkens een notitie op de zestiende-eeuwse kaart werden toen Gunterslaar en Hout te samen reeds Vleut genoemd. Daarmee verdween de naam Gunterslaar. Zie verder onder Vleut ! Er was een akker genaamd Gunterslaar, maar mogen we die als "gehuchtse akker" beschouwen ? In Breukelen bij Utrecht staat een huis Gunterstein. Laar-namen komen in Oirschot en elders in Brabant veelvuldig voor.

Het element "Gunter" is onduidelijk. Het zou een terrein- of persoonsnaam kunnen zijn. Voor "Laar"zie  Laar. Niet bij Van Berkel en Samplonius, 1995.

Gunterslaar = ? + s + laar

3.9 Hedel
Gehucht dat in de vroege veertiende eeuw reeds genoemd werd en op de 16e eeuwse kaarten uit minstens drie losse groepjes boerderijen bestond die tegen de gemeynte Nevelhovel aanlagen. Behalve in die gemeynte was Hedel ook gerechtigd in de gemeynte van Banisveld. Thans geheten Hedel, Evenheuvel en De Bocht. Een vergelijkbare naam is Hedel, Gelderse gemeente aan de Maas ten noorden van Den Bosch.
De naam van het Gelderse Hedel gaat terug op 815-816 Hatalle en 1175 Hedilla. Knzel, 1988 geeft er geen verklaring voor. Volgens Gysseling gaat de naam terug op een appelatief "*haþuwalja": legerkamp[Gysseling, 1960a, 461.]

Hedel in Oirschot kan een migratienaam vanuit het Gelderse Hedel zijn, daar de heren van Oirschot en Vught rond 1250 ook bezit in Hedel aan de Maas hadden. Een vergelijkbare migratie kan in Oirschot de naam Heusdense Akker in Kerkhoven opgeleverd hebben, want genoemde heren hadden ook bezit bij Heusden[1369: land Die Hoesdens Ecker herdgang Kerchoff in par. O, Sanders, 1994, reg. 57; 1387: Hoesdens Ecker nabij SP-kerk, Sanders, 1994, reg. 104; Kappelhof, 1994.]. Voor Van Berkel en Samplonius, 1995, 86 een onduidelijke naam.

Hedel = plaatsnaam (Hedel)

3.10 Hegedonk
Slechts een maal wordt Hegedonk als gehucht vermeld, en wel bij het betalen van cijns voor een stuk gemene grond dat de bewoners samen gebruikten met die van Hersel, Hedel en Oudenhoven. De juiste lokatie is daarmee echter nog niet bekend. Een verdwenen gehucht of heet het later anders ?

Hege: heg, omheining ? Donk: zandige opduiking in moerassig terrein. Niet bij Van Berkel en Samplonius, 1995.

Hegedonk = heg + donk

3.11 Hersel
Van de dertiende tot in de zestiende eeuw een kennelijk belangrijk gehucht en herdgang tussen Notel en Eerdbruggen, waar nu Snepseind/ Piekenhoek ligt. Hersel was gerechtigd in de gemeynten van Nevelhovel en die ten oosten van de Heerstraat. Na de 16e eeuw lijkt de naam te verdwijnen. Gehuchten genaamd He(e)rsel ligen te Lierop, Nederweert, Someren en Vierlingsbeek. Herselt is een gemeente in de Antwerpse Kempen.

Enkele van de oudste attestaties luiden "Hersele", wat op een -zele-naam lijkt te duiden. Daar -zele en -heem namen in Oirschot niet voorkomen en hier sprake kan zijn van de "ruisende r", lijkt interpretatie in de zin van -zele niet juist. Dan rest de interpretatie als boomnaam + -el: een bosnaam dus.
Blok meent dat Lindemans' bewering juist kan zijn als we in -rs- de weergave van de zogenaamde suizende - r- (die bij -rl optrad) zien. Dat die suizende -r- in de Noorderkempen voorkwam, blijkt uit de naam Heerle te Meerle, waarvan in 1701 de vorm Heersel geattesteerd is. Hierbij kan ook geplaatst worden de vorm hers uit hern en wellicht Borze te Lille[Blok, 1979, 306.].
Gysseling meent dat in de namen Hersel, 1149 Hersele (bij Keulen) en Herselt, 1139 Harsele (bij Turnhout) het eerste element afgeleid is van Germaans harja-, m., "leger". Het tweede lid is in die namen volgens hem weldegelijk sali-, m., huis dat uit een enkele ruimte bestaat. In deze optiek hebben we hier dus wel een -zele- naam[Gysseling, 1960a, 486.]. Van Berkel en Samplonius, 1995, geven als verklaring bij Hersel te Someren (1282 Heerscel) de opvatting van Gysseling. Zij voegen er aan toe:"deze plaatsnaam komt dermate regelmatig voor dat men wel denkt aan een vaste samenstelling met de betekenis 'herberg, gasthuis voor trekkende troepen en reizigers, maar misschien heeft her/heer hier alleen de betekenis 'groot, belangrijk' ?"

Hersel = leger + -zele

3.12 Heuvel
Heuvel is het zuidelijkste deel van Boterwijk, met een driehoekig plein waaraan enkele boerderijen stonden. Thans bedolven onder kanaal, autoweg en bruggen. Gehuchten genaamd Heuvel komen voor te Essen en Loenhout, en nog 18 andere plaatsen in Noord-Brabant.

Heuvel wordt wel gehouden voor een typische benaming van het centrale plein van een dorp[Helsen en Helsen, 1978, 73.]. In het door Buike en Leenders[Buiks en Leenders, 1994.] bestudeerde gebied is dat evenwel helemaal niet zovaak het geval ! Van de tachtig dorpen ligt er alleen te Essen, Oosterhout en Loenhout een Heuvel in het dorpscentrum. Ook het plein van Den Hout heet Heuvel evenals een deel van de straat van Ulvenhout en een plek in Boshoven te Alphen. Te Princenhage lag de Heuvel 500 meter buiten de dorpskom: het was een streek met verspreide bewoning. Te Dongen ligt de Heuvel zelfs, van uit de kerk gezien, aan de overzijde van de rivier de Donge. In Essen, Kalmthout, Oosterhout, Wortel en Wuustwezel liggen gehuchten waarvan de naam het element Heuvel bevat: Vissen-, Zwarte-, Zand-, Staak- en Staart- heuvel. In de naam van het Oostmals gehucht Zalfen lijkt het element Huffel te schuilen, dat in Loenhout als gehuchtnaam optreedt. Het mnl. heeft huffelkijn, verklw. van heuvel, hovel. Te Loenhout treedt Heuvel tenslotte ook nog op als naam van een uitgestrekt heidegebied. Van Berkel en Samplonius, 1995, zie in 'heuvel' slechts het huidige woord heuvel, hoogte. Heuvels zijn in deze streek dus niet pers‚ dorpspleinen, ze zijn evenmin pers‚ driehoekig en al helemaal niet Frankisch ! Als Heuvel op een plaatselijke verhoging van de bodem duidt, dan moet die verhoging wel steeds vrij gering zijn. Maar dat bezwaar geldt ook vele andere namen die op een hoogte wijzen.

Heuvel = heuvel(gehuchtplein)

3.13 Hout
Ten Houte was blijkbaar in de middeleeuwen een gehucht in het oosten van Oirschot (nu: het oosten van Best). Wellicht heeft Ten Houte in Best iets te maken met het goed Ten Houte onder Sint-Oedenrode en met het niet zover weg gelegen Verrenhoute onder Sint-Oedenrode. Na de middeleeuwen is Ten Houte-Best opgegaan in het gehucht Vleut. Gehuchten genaamd Hout komen voor te Beerse en Oevel[Helsen en Helsen, 1978, 53, 152.], voorts in Noord-Brabant te Geldrop, Heeze, Mierlo, Oosterhout, St.-Oedenrode en Zesgehuchten. Ook in Nederlands Limburg: Kessel, Merkelbeek en Tegelen. Voorts vele afleidingen[Heringa, 1875; Ter Laan, 1942, 167.]. Als element in nederzettingsnamen komt het vrij algemeen voor in de Baronie: Ulvenhout, Wernhout, Den Hout etc.

Hout heeft de betekenis 'hoog opgaand bos'[Ook bij Van Berkel en Samplonius, 1995, 104.]. In Brabant was in de 13e tot 15e eeuw de familie Uten Houte / Van den Houte / De Ligno zeer actief in het verwerven ver erg verspreide goederen. Veel van die goederen blijken al terwijl ze in handen van deze familie zijn en ook daarna "Ten Houte" of een variant daarop als naam te dragen. Het ziet er daarom naar uit dat de familie doorheen heel Brabant haar naamkaartje achter gelaten heeft. Het is daardoor volstrekt duister waar een eventueel Hout gezocht moet worden waarnaar de familie ooit genoemd werd. Het probleem lijkt sterk op dat van de naam Gageldonk. De oudst bekende Van den Houte werd opgemerkt in Westmeerbeek[Leenders, 1979/80a, 39.]. Het Sint-Oedenrooise en Beste Hout, waar de eerste vermeldingen pas tegen 1300 opduiken, zal dus wel niet naamgevend geweest zijn.

Hout = hout

3.14 Kattenberg
Zuidelijke straat met boerderijen ten westen van de Beerse ter hoogte van Spoordonk. De rij boerderijen is al aanwezig op de 16e eeuwse kaarten. Kattenberg wordt in de middeleeuwse bronnen niet als gehucht of herdgang genoemd. Mogelijk is Kattenberg een ontginning van rond 1500. Te Kasterlee ligt een gehucht Kattenberg en te Ravels een Kattenrijt.

Helsen en Helsen noemen voor de interpretatie van het element kat-, katte- niet minder dan zes mogelijkhe- den[Helsen en Helsen, 1978, 110.]. Het kan de reeel existerende wilde kat betreffen, maar ook de kat als toverdier. Voorts kan kat afgeleid zijn van catte, een belegeringswerktuig. Het woord kan ook betekenen: klein, onbeduidend, of afgeleid zijn van cateil, catel, dat is: vee. Zelf staan deze auteurs een interpretatie in de zin van aarden beschutting, onderdeel van vestingwerk voor.
In deze zeer landelijke omgeving in strikt nederlandstalig gebied op de heide lijkt echter toch een verklaring in de zin van "wilde kat" de voorkeur te hebben. De naam is dan in het eerste element vergelijkbaar met een naam als Katteboom te Etten. Van Berkel en Samplonius, 1995, 114 opperen de mogelijkheid dat Katte een persoonsnaam zou zijn.
Het element "berg" zal wel op duiden op de geringe hoogte in het terrein, waarop deze nederzetting gevormd werd.

Kattenberg = diernaam(kat) + mv + berg

3.15 Lubberstraat
Straat met enkele verspreide hoeven, op de 16e eeuwse kaarten aan de rand van de gemeynte Liedeveld. In het ambt Doetichem lag een huis Lubbers; ten noorden van Denekamp lag een gehucht Lubberink of Lub- brink; in de gemeente Borculo stond het huis Lubberdink en bij Zuidwolde in Drenthe ligt het gehucht Lubbinge. Niet bij Van Berkel en Samplonius, 1995.

Lubberstraat = ? + straat

3.16 Moleneind
Bewoonde straat in de omgeving van de windmolen ten zuiden van Straten. Moleneind is in de Kempen een vrij frequente benaming; vergelijk het Moleneind te Etten, Hoeven, Lieshout, Lille, Loon op Zand, Ossendrecht, Oudenbosch, Prinsenbeek, Teteringen, Tilburg, Uden, Vorselaar, Vught, Weelde en Zundert. De naam komt ook daarbuiten voor, zo te Standdaarbuiten, in Friesland, Drenthe en Noord-Holland.

Het betreft hier een in de vroege 14e eeuw gestichte "partikuliere" windmolen aan de 's heren strate, in de rand van de heide. Veel later lijkt daarbij pas een nederzetting gevormd te zijn. Moleneind is "het uiterste gedeelte van de nederzetting of ontgonnen gronden, waar de molen staat".

Moleneind = molen + eind

3.17 Notel
Gehucht van boerderijen die in een dalvormige laagte tussen twee grote openakkergebieden geconcentreerd liggen. Het is een van de oude gehuchten en herdgangen van Oirschot. Notel was gerechtigd in de gemeynte van Nevelhovel en in de gemeynte oost van de Heerstraat.

De oude vorm is Notele, wat een samenstelling lijkt van -le of -lo met een element "note", dat wel naar notebomen zal verwijzen. De naam Notele herinnert dan aan een bos met notebomen. Zie ook Van Berkel en Samplonius, 1995, 168 die menen dat 'not' ook 'kaal' kan betekenen.

Notel = boomnaam(noteboom) + le

3.18 Oudenhoven
In de veertiende eeuwse bronnen is Oudenhoven zowel de naam van een gehucht onder Oirschot, als van een familie die te Oirschot en elders in de Meierij enig aanzien bezat. De geburen van Oudenhoven waren gerechtigd in de gemeynte van Nevelhovel. Op de 16e eeuwse kaarten wordt Oudenhoven aangegeven als een rij hoeven op de oostgrens van de gemeynte Gijselaar. De kaart van Verhees is daar onduidelijk en de kaart van 1840 geeft er maar twee hoeven weer. Na 1900 is hier weer een rij boerderijen ontstaan. Oudenhoven lijkt een gehucht dat "bijna verdween" (zoals Ter Meiden, Eerdbruggen en als naam ook Hersel), maar toch weer terug kwam. De naam Oudenhoven lijkt uniek. Heringa kent wel drie huizen die "Oudenhof" heten: bij Hummelo, Dinxperlo en Hoevelaken; en een Oudenhofstede te Gent bij Nijmegen.

Bij deze naam zou het zelfde probleem kunnen spelen als bij de naam Ten Houte, ware het niet dat de familie Van Oudenhoven kennelijk elders geen "visitiekaartjes" heeft achtergelaten. Oudenhoven zou dus als naam echt in Oirschot thuis kunnen horen en de bakermat van deze familie kunnen zijn. De naam bevat de elementen "oud" en "hoven". Daar waar de domeinorganisatie vaste voet gekregen had, raakten de stan- daardhoeven geleidelijk verdeeld. Dat zal daar de basis zijn geweest voor kleine nederzettingen van enkele deel-hoeven. In de naamgeving kwam dat tot uiting in namen van het type: nadere bepaling + hoven. Namen van dit type kunnen in de streek ge‹ntroduceerd zijn via naamgevingstraditie, dus zonder dat hier tweeledige karolingische domeinen op grote schaal aanwezig waren. -hoven is de dat. meerv. van mnd. hove, Os. hoa, ohd. huoba. We hebben dan met een schijnbaar meervoud te maken: de naam duidt niet pers‚ op een oorsprong in een groep hoven: het kan er gewoon ‚‚n geweest zijn !
De toevoeging "oud" kan zowel betekenen "vervallen, niet meer in gebruik of bestaand", als ook gewoon "ouder dan andere". In het geval Oudenhoven zal deze tweede betekenis gelden, want we hebben in de middeleeuwen een gewoon gehucht voor ons. De vraag is dan natuurlijk: wat is er zo oud aan Oudenhoven ? Niet bij Van Berkel en Samplonius, 1995.

Oudenhoven = oud + hoven

3.19 Snepseind
Thans wordt met Snepseind een groep boerderijen aan het noordoostelijk einde van de Schansstraat aangeduid. Op de kaart van 1897 wordt met Snepscheut een groep boerderijen aangegeven die wat verder naar het noordoosten ligt, aan de andere kant van de Heerbaan. De middeleeuwse bronnen duiden niet op een nederzetting of gehucht, maar op ontgonnen landerijen. Vermoedelijk een jong gehucht met onvast lokalisatie en zelfs onvaste naam. Te Loenhout ligt een gehucht Sneppel.

De oudste vorm van deze naam is Snepscheut, een samenstelling van snep, dat is de vogelnaam mnl. snippe, sneppe; met scheut van schoot: beboste hoek hogere grond in een natte omgeving. Van Berkel en Samplonius, 1995, 216 zien in het eerste lid een veldnaam bohorend bij een werkwoord snippen, 'snijden'. Het tweede lid -eind schijnt hier eerst zeer recent het oudere -scheut vervangen te hebben ! Wie weet nog waarom en wie dat deed ? J.P.J. Lijten meent dat het een kadasterfout is, maar op de kadasterkaarten van 1810 - 1831 staat Snepschoot. Dus is het een jongere "fout".

Snepseind = vogelnaam(snip) + schoot

3.20 Spoordonk
Uitgestrekt gehucht aan de Beerse. Hier was het zwaartepunt van het bezit van de heren van Oirschot: kasteel, een groep domeinhoeven en de watermolen. De middeleeuwse en zelfs nog 16e eeuwse bronnen lijken met Spoordonk zowel het gebied ten oosten alsook ten westen van de Beerse (langs de weg naar Oisterwijk) aan te duiden. Op de kaart van Verhees en jongere kaarten heet het zuidwestelijke gedeelte in de regel Kattenberg (nieuwe nederzetting) en het noordwestelijke gedeelte Heibloem. De naam Spoordonk blijft dan tot het gebied ten oosten van de Beerse beperkt. De naam Spoordonk kwam ook voor te Teteringen, even ten noordoosten van het kasteel van Breda; alsmede te Wouw, waar het tot Spoeling vervormd raakte en te Zaffelare (Speurdonk).

Gysseling meent daar dat het eerste element "speur" of "spoor" verwijst naar de vuilboom, die ook vaak als spork werd aangeduid. Een donk is een hogere zandkop in een moerassige omgeving. Die moerassige omgeving is hier het dal van de Beerse, dat door de tweezijdig gelegen Spoordonk afgekneld wordt: een ideale plek voor een watermolen die met zijn wateropstuwing ook de kasteelgrachten van water verzekerd zal hebben[Buiks, 1990, 187.]. Van Berkel en Samplonius, 1995, 219 zie in spoor: pad, weg.

Spoordonk = boomnaam(vuilboom) + donk

3.21 De Stad
De kaarten van 1840 en 1897 geven aan een naamloos straatje twee of drie hoeven/huizen aan. Op de kaart van 1983 is het straatje vooral aan de zuidoostzijde dicht bebouwd en draagt die nederzetting de naam De Stad. Vergelijkbaar is misschien de naam "De Stad van Gerwen" voor een gehucht onder Nederzetten.

Geen idee waar deze naam vandaan komt. Lijkt in ieder geval niet oud en ook de bewoning is inn hoofdzaak erg jong (20e eeuw.). Volgens Van Berkel en Samplonius, 1995, 219 betekent Stad hier woonstede. Maar is de naam daar niet veel te jong voor ?

De Stad = ?

3.22 Straten
Oud gehucht langs de zuid-noord verlopende Heerbaan in het oosten van Oirschot. Het gehucht Straten gebruikte de gemeynten ten westen en ten oosten van de Heerbaan. In Meerle en 's-Gravenwezel komt de naam De Straat voor als benaming van de dorpskom. In Nuth ligt een gehucht Straten (en Hel) en even ten zuidoosten van de stadskern van Eindhoven ligt Stratum.

Er is een vermelding die "Strathem" luidt (1437) temidden van een zee van vermeldingen die "Straten" luiden. We menen daarom uit te moeten gaan van die meest frekwente spelling, te meer omdat de latijnse vorm blijkbaar "via" luidt. De gehuchtnaam verwijst dan eenvoudig naar de 's heren strate waarlangs het gelegen is. Volgens Knippenberg zou die baan een oude Romeinse heerbaan zijn, waarvoor het nabij gelegen toponiem Casteren en de recent daar gevonden nederzetting uit de Romeinse tijd wel een ondersteuning kunnen zijn[Knippenberg, 1961.].
Van Berkel en Samplonius, 1995, 224 opperen de mogelijkheid dat de vermelding uit 1312 niet op Straten te Oirschot zou slaan. De volledige passage vermeldt echter nog de namen Oirschot, Hersel in Oirschot, en Nijnsel (onder Sint Oedenrode); bovendien komt de naam vanaf 1340 voortdurend in Oirschot voor.

Straten = straat + mv?

3.23 Termeiden
In de 14e en 15e eeuw zijn er geen duidelijke aanwijzingen dat het hier om een gehucht gaat. Op de 15e eeuwse kaartjes wordt Ter Amey(d)en duidelijk als gehucht aangeduid. Op de moderne kaarten verdwijnt dit gehucht weer en blijft er alleen op enige afstand een Termeidensteeg over. In 1366 werd een beemd "Die Hameye" in Vessem vermeld[Sanders, 1994, reg. 47.]. In Zuid-Holland ligt het dorp Ameiden.

Hameide, ameide etc. is een afsluitboom, slagboom[Verdam en Ebbinge Wubben, 1932, 236.]. Daar Ter Ameiden het noordelijkste gehucht is van Oirschot en langs de oude Heerbaan op Boxtel ligt, zal het hier een hekken betreffen dat het Oirschotse cultuurland, en met name dat van Eerdbruggen, ooit aan de noordzijde afsloot. Van Berkel en Samplonius, 1995, 6 menen ook dat het gaat om een hek dat de velden of hoeven afsloot.

Termeiden = lokatie(bij) + hek

3.24 Theetuin
Wat verspreide bebouwing ten zuiden van de kom van Oisterwijk, rond de plek van de (verdwenen) molen van Kerkhoven.

Geen idee. De naam doet denken aan een vroeg 20e eeuwse uitspanning met een tuin waar men thee kon drinken. Maar klopt dat ook ? J.P.J. Lijten weet het ook niet, maar denkt eerder aan een verband met 's Heren Vijvers, een landgoed wat verderop. Hoorde daar een theehuisje met tuin bij ? Niet bij Van Berkel en Samplonius, 1995.

Theetuin = ?

3.25 Tregelaar
In de middeleeuwen en nog in de 16e en 17e eeuw is Tregelaar een gedeelte van een gemeynte en soms de naam voor heel die gemeynte. Het gebied werd geleidelijk steeds verder ontgonnen. Rond 1900 was het gebied nog onbewoond. De kaart van 1983 toont in het eigenlijke Tregelaar een enkele boerderij. Maar tevens staat dan de naam Tregelaar bij de boerderijen die uit het eigenlijke Oudenhoven zijn voortgekomen. Tregelaar als gehuchtnaam is dus een ambtelijke fout ! Tragel is een toponiem tussen Groede en Schoondijke in Zeeuw-Vlaanderen. In Tongerlo lag een beemd genaamd Truggelven.

Helsen en Helsen stellen als verklaring voor het eerste element in de Tongerlose naam Truggelven voor: mogelijk van trog-: schotel, etensbak. De naam zou dan vergelijkbaar zijn met Schotelven. In Oirschot is de spelling steeds Tregelaar. Dat zou eerder wijzen naar mnl. traech 1) moeilijk in zijn bewegingen, slap. Die kwalificatie zou op de natte lemige bodem kunnen slaan, die het voortgaan wellicht bemoeilijkt heeft. Van Berkel en Samplonius, 1995, 232 menen dat Tregelaar samengesteld zou zijn uit regen + laar; waarbij 'regen' grensscheiding zou betekenen. Tregelaar ligt tegen de grens met Boxtel. Het tweede element van de naam Tregelaar is -laar. Zie verder  Laar.

Tregelaar = kwaliteit(traag) + laar

3.26 Verrenbest
Verrenbest is een mogelijk wat jonger gehucht ten oosten van Best, dat in 1507 als herdgang gezien werd. Als tegenstelling is er Naastenbest (het huidige Best). In Sint-Oedenrode heeft men Ten Houte en Verren- houte; in Gilze : Verhoven en Nerhoven. In Gelderland een Verhoeven bij Herwen en Verreheide bij Gemert. Zie ook Van Berkel en Samplonius, 1995, 241.

Verrenbest betekent "het verder weg gelegen deel van Best", gezien vanuit de kerk van Oirschot.

Verrenbest = rel.ligging(veraf) + plaatsnaam(Best)

3.27 Vleut
Gehucht in het oosten van Oirschot en het oosten van Best, blijkbaar gevormd uit de oudere eenheden Gunterslaar en Ten Houte-Best. Vleuten is een gemeente bij Utrecht.

Bij de naam Vleuten merkt Knzel op: uit germaans *fl“tina, stromen. In die zin doet de anam denken aan Vloet, de naam die ook in Oirschot gebruikt wordt voor het gebied dat door de watermolen onderwater gezet kan worden. Alhoewel de spelling Vloet in 1616 ook voor Vleut bij Best voorkomt, is hier in ieder geval geen sprake van een waterloop die een watermolen nadert[Ook opgemerkt door Van Berkel en Samplonius, 1995, 244.]. Onduidelijk.

Vleut = vloed(overstromingsgebied)

4. Andere namen

4.1 Banisveld
Banisveld is de noordwestelijke gemeynte van Oirschot, ebstaande uit het natte dal van de Beerse en een hoger gelegen heidegebied. Balsvoort is een hoeve nabij een voorde over de Beerse.

Het is aantrekkelijk om in de vermelding in 1312 van Baensffoert, Baentsffoert zowel de wortel te zien van Balsvoort (wat het topografisch zeker is) als van Banisveld. Banis zou dan voortkomen uit baan, 's heren baan. De vermelding uit 1312 noemt zelfs zo'n baan: usque Baensffoert per dominicam via dictam vaert penes Wippenhout. Werd daar een bevaarbare Beerse bedoeld, of een landweg wat oostelijker ? De betekenis van veld is primair 'wijde, woeste vlakte buiten de nederzetting', ook wel 'onbebouwd terrein'[Van Passen, 1973.]. Vanaf de 13e eeuw betekent het woord ook akker[Gysseling, 1981, 78.].

Banisveld = baan + veld.

4.2 Beersveld
Gemeynte ten zuidoosten van de Vloet, westelijk deel van de zuidelijke gemeynte van Oirschot. Bij de zuidwestgrens van Oirschot loopt hier het beekje de Beerzeloop. Over die loop ligt de gemeente Oost-, West- en Middelbeers. De rivier in het westen van Oirschot wordt o.a. de Beerse genoemd.

De Bont verklaart Beers uit bern, dat stroom zou betekenen[De Bont, 1973, 133.]. Volgens Van Berkel en Samplonius, 1995 kan deze verklaring alleen bij het Noordbrabantse Beers gelden[Van Berkel en Samplonius, 1995, 150.]. Voor veld: zie Banisveld. Met het Beersveld bedoelt men blijkbaar het stuk van de gemeynte aan de kant van de dorpen O-W-M-Beerse.

Beersveld = plaatsnaam(Beerse) + veld(woest)

4.3 Bijsterveld
Brabants leengoed, later kasteel en nu klooster. Bijsterveld is o.m. de naam van een gehucht ten NO van Helmond.

Bijster: verwilderd, vervallen, slecht. Voor veld: zie Banisveld. Het mnl. bijstervelt staat voor 'hongerland'. Betreft het hier pas ontgonnen grond, waarvan in dit geval de opbrengst tegenviel ?

Bijsterveld = kwaliteit(slecht) + veld

4.4 Ekerschot
Streek ten NW van de kom van Oirschot, aan de rand van de centrale akker van Oirschot. Op de kaart van 1897 wordt er een omwaterde hoeve mee aangegeven. Vergelijkbare is wellicht Ekeren, gemeente bij Antwerpen. De naam Ekeren duikt als naam van een varkensweide in een bos op in 1266: in silva ... que Sterscot vulgariter dicitur, tam in pascuis ad pecora nostra quam in pastura porcorum que Ekerne dicitur; in dicta silva sive pascuis vel Ekerne (te Gelindel)[126604991.]. Tot de Tongerlose hoeve van Sterthoven te Brecht behoorde een perceeltje genaamd De Eekerenbrake (4 lopen saet)[AAT, Cult 75, 103ev, ca 1510.]. Het toponiem komt daar al voor ca. 1400[Van den Eeckhaut, 1981.]. Voorts de plaats Hekeren bij Doesburg.

In de oudste attestaties komt eker- voor in een waternaam of naam van een plek waar een waterloop begint. De latere attestaties Ekerschot betreffen een streeknaam. Daar waternamen, mits ze maar oud genoeg zijn, al heel vroeg op het land kunnen overgaan waarbij het water dan een andere naam krijgt, hoeft dat een oorsprong van de naam Eker- als waternaam echter niet uit te sluiten. Eker- zou in dat geval zelfs een pr‚- germaanse waternaam zijn. Voorzichtigheid om niet al te graag naar de oudst mogelijke verklaringen te grijpen maakt echter dat we de voorkeur geven aan een middeleeuwse verklaring: Eker- als varkensweide in het eikenbos, naar analogie van de varkensweide bij Gelindel. Schot: onl. scoth, "hoge hoek land, uitspringend in het lagere land".

Ekerschot = varkensweide + schoot

4.5 Eilaar
De vermelding van 1340 spreekt van een "goed", dat kan een stuk grond of een boerderij zijn. De lokatie ervan is me onduidelijk.

Samenstelling van onbekend element ei, eil, el mat -laar. Zie verder  laar.

Eilaar = ? + laar

4.6 Geethoven
In 1340 betreft het een hertogelijk cijnsgoed.

Gheethoven lijkt een samenstelling van het onduidelijke element "gheet" (een persoonsnaam ?) met het element -hoven. Het lijkt dus een -hovenmaan te zijn.

Geethoven = ? + hoven

4.7 Gijzelaar
Tot rond 1900 een min of meer afgerond deel van de noordelijke gemeynte van Oirschot, voor de deur van het gehucht Oudenhoven. Gijzel is een gehucht bij Helvoirt. Gijsselte is een gehucht van Ruinen in Drenthe.

Van Berkel en Samplonius noemen germ. *gŒsil, 'twijg, loot'[Van Berkel en Samplonius, 1995, 72.]. Dit element is hier gecombineerd met laar. Zie  laar.

Gijzelaar = twijg + laar

4.8 Hagelaar
Het Hamelaar uit 1312 is een grenspunt aan de gemeynte van Banisveld, ergens aan de zuidzijde daarvan. Het Hagelaar uit 1340 is een hertogelijkcijnsgoed. Hamelink is een huis bij Warnsveld in Gelderland.

Het element hame- is me onduidelijk; het element hage- duidt op een omheining of eventueel op een heerlijk jachtbos van rond 1200. Voor laar: zie  laar.

hagelaar = hage + laar

4.9 Kasteren
Streek van weiden en akkers ten oosten van de heerstraat, bij Straten. In het naburige Liempde ligt aan de Dommel bij een oude watermolen het gehucht Kasteren (8« km). Even ten noorden van het kasteel van Hoogstraten ligt onder Baarle-Nassau het gehucht Castelree. Kesteren is een polder en gemeente in Gelderland. In de Meierij ligt het dorp Hoogkasteren. In Princenhage ligt een hoog akkergebied Kesteren.

Kesteren in de Betuwe heeft als oudste vermelding ca. 850 in uilla Castra, in 1150/58 in uilla Castre. Knzel interpreteert de naam uit latijn castra, legerkamp, burcht etc.[Knzel, 1988, 206.]. Het Betuwse Kesteren leverde romeinse vondsten op. Is ook het Oirschotse Kasteren een Romeins castrum ? Vlakbij werd bewoning uit Romeinse tijd aangetroffen en de heerstraat werd door Knippenberg, 1961 als Romeinse heerbaan aangewezen. Merk op : oudste vermelding luidt "castert"

Kasteren = castrum ?

4.10 Laak
Laak ligt aan de oostgrens van Best. Laak was aanvankelijk een streeknaam, maar van de 16e - 18e eeuw kennelijk ook de naam van een hoeve. De naam lijkt nadien weer verloren gegaan te zijn.

Schönfeld[Schönfeld, 1950, 53.] ziet laak als een aanduiding van moerassig land. Oorspronkelijk betekende het woord volgens hem plas, meer; het woord is verwant het hgd. lache, eng. lake, misschien ook met leek, klein watertje; invloed van lat. lacus is aannemelijk.

Laak = laak

4.11 Langdonk
Strook grond tussen de Beerse en de Kleine Aa (nu: Heiloop) ten noorden van Spoordonk. Door het gebied loopt de Langendonkse weg. Langdonk is een van de oude gehuchten van Roosendaal. In Herselt ligt een gehucht Langdonken. Onder Princenhage, aan de grens met Rijsbergen, ligt een strook beemden, genaamd Langdonk. Dat is het kleine aanhangseltje van Princenhage aan de Weerijs.

Langdonk zal betekenen: langgerekte opduiking in moerassig gebied. Het moerassige gebied werd hier gevormd door het dal van de Kleine A in het westen en het dal vande Beerse aan de oostzijde.

Langdonk = vorm(lang) + donk

4.12 Lieveld
Gemeynte tussen Spoordonk en Boterwijk. Lievelde is een gehucht in Lichtenvoorde in Gelderland. Bij Heino in Gelderland ligt het Liederbroek.

De oudste vorm is Li(e)develd. Het eerste element hierin zou mnl. liden, 'dulden' kunnen zijn. Dit zou suggereren dat dit stuk gemeynte niet een eigen charter bezat. Veld: zie Banisveld.

Lieveld = dulden + veld.

4.13 Polsdonk
Hoeve aan de rand van de gemeynten van Banisveld, Tregelaar en Nevelheuvel.

Van Berkel en Samplonius menen dat pols in verband gebracht kan worden met pulse < germ. *pulsj“, 'ineengestrengeld vlotkruid en waterplanten op een moeras'[Van Berkel en Samplonius, 1995, 189.]. In combinatie met donk, zandige opduiking in moerassig terrein, zou dat wel kunnen.

Polsdonk = plantnaam(pols) + donk

4.14 Velders
Bosgebied ten noorden van Oirschot, onder Liempde. Vermeld worden het Velders Bos; Verdersgrave, Velders Huis.

Als het juist is dat de naam Velders als oudste vermelding Verlaer heeft, moeten we daar van uitgaan. Het eerste element ver- is me niet duidelijk. Varens ? Zie verder  laar.

Velders = plantnaam? + laar

4.15 Wippenhout
Voormalig bos aan de westzijde van de Kleine A. Later moerassige heide, nu boerenland.

Wippenhout lijkt een samenstelling van een boom- of plantnaam met hout, bos van hoge bomen. Mnl. Wijppe, wijp, wip betekent 1) gevlochten rijswerk; 2) bundel van stro. Als dat van toepassing is, lijkt het om een met rijswerk omheind bos te gaan.

Wippenhout = omheining + hout

4.16 Wreynlaar
Wreynlaar is een perceelsgroep in Spoordonk.

Het eerste element Wreyn- of Vreyn- is niet duidelijk. Staat het voor vreen, 'bevrijd', dat wil zeggen door een heining omgeven en aldus losgemaakt uit de gemeynte ? Met laar.

Wreynlaar = omheind? + laar

5. Laar

Laar is een zowel uit veldnamen als uit nederzettingsnamen bekend element. De interpretatie van het woord varieert. Gysseling geeft: 'bosachtig, moerassig terrein', elders 'open plek in een bos, vooral laag gele- gen'. In de Kempen zou de beste omschrijving zijn: 'onbebouwde (gemeenschaps) grond met heide of minderwaardige grassoorten begroeid'. In de 17e eeuw sprak men te Deurne bij Antwerpen niet over bos- sen, doch over 'laren'.

De verscheidenheid aan verklaringen is mogelijk onder ‚‚n noemer te brengen, wanneer de dynamiek van het landschap, speciaal ten aanzien van de bossen, in de beschouwingen wordt betrokken. In het aanvankelijk bosrijke landschap zullen open plekken in het bos het meeste en beste gras geboden hebben en daarom als voorkeur-weideplekken zijn gaan functioneren. De concentratie van beesten zal de open plek geleidelijk vergroot hebben, wat deze aantrekkelijk maakte als nederzettingsplek. Als vervolgens ook de rest van de omringende bossen ontgonnen dan wel weggegraasd is, blijft in het gehucht een gemeenschappelijk Laar als weideplek of zelfs dorpsplein over. De verspreiding van de laar-namen over de streek gelijkt inderdaad op die van de rechtstreekse bos-indicatoren.

Roelandts wijst erop dat in de 14de - 16de eeuwen nog verschillende plaatsnamen op -laar ontstaan zijn en dat dit bestanddeel zelfs tijdens het Ancien Regime werkelijk als appellativum schijnt bewaard te zijn gebleven voor een woeste onbebouwde (gemeenschaps) - grond, heide, en minderwaardig grasland, waar men vooral de dieren liet weiden en russen kon steken. Hij meent dat ook voor de latere middeleeuwen een derge- lijke betekenis niet uitgesloten is. Het gemeenschapskarakter van het Laar wordt in teksten dikwijls uitdrukkelijk aangeduid en blijkt ook vaak uit de vermelding (als bijvoeglijke bepaling) bij Laar van de naam van de betrokken gemeenschap.

In Oirschot dragen drie open gemeynte terreinen uit de 16e en 17e eeuw een naam op -laar: Tregelaar, Gijselaar, Bobbelaar; naast de gehuchtnaam Gunterslaar en de veldnamen Catlaer(1340), Eilaar(1340), Hagelaar(1340), Hamelaar(1312), Onverlaar(1356), Wreynlaar of Vryenlaar te Spoordonk (1359).


© Copyright : K.A.H.W. Leenders

Versie 6 februari 1996.